*
Najaar 2007
Henny vertrok op
21 augustus 2007 weer naar Kenia voor een
werkbezoek.
Zij heeft velen op de hoogte gehouden per email en een
verslag wordt nog op de website bijgevoegd. Het doel van haar reis :
- Allereerst was zij uitgenodigd om het gouden jubileum mee te vieren van
Zr Ancilla , eerst in de kerk en daarna op een
enorm dorpsfeest voor zo’n 300 mensen die zongen en dansten en konden eten
(!). Dat was een geweldig leuke ervaring.
- Zij
bezocht
St Joseph’s High School 2 weken , waar zoveel
leerlingen gesponsord worden,
- Ook heeft ze alle 8 studenten bezocht die op het HBO of de universiteit
studeren en dat betekende lange reizen over slechte
wegen, in krakkemikkige auto’s en bussen. Maar overal was de dank groot.
Studenten zijn zich er heelgoed van bewust
dat ze een
KANS krijgen die ze nooit verwacht hadden.
De belofte dat bijna al het schoolgeld voor het schooljaar 2008 tijdig
wordt overgemaakt, was prachtig cadeau .
Wordt vervolgd.
*
najaar 2005
Op 1 september
2005 is Henny Knijff 3 maanden op werkbezoek naar Kakamega gegaan. Ze heeft er gekeken
hoe het er allemaal ging en veel gepraat Vervolgens heeft ze een helpende
hand geboden op St-Joseph’s High School ,in het computerlokaal waar 40
leerlingen aan de knoppen zitten van de 20 computers uit Nederland die in
juli gearriveerd zijn. Maar er waren ook volwassenen die wilden leren
werken op de pc. Bovendien gaf die periode gelegenheid om met diverse
mensen te praten, ook met de leerlingen. Ze heeft foto’s genomen en haar
ervaringen in e-mails beschreven naar het thuisfront.
Wie graag haar e-mail reisverslag wil lezen , stuur een e-mail naar
info@kakamega.nl
Hier volgen wat foto’s en haar eigen beschrijving.
Uit Brief 14:
Beantwoordde het werkbezoek aan
de verwachtingen?
1. Het computerproject
Ik ben drie maanden
naar St Joseph’s High school in Kakamega gegaan op de eerst plaats om wat
hulp te bieden in het computerlokaal. Daar hebben wij met hulp van de
Nederlandse organisatie “Computers for Development” 20 gratis computers
kunnen neerzetten op de school van bijna 300 leerlingen. Maar het bleef
niet bij het dumpen van die machines, er werd een heel pakket bijgeleverd:
de installatie, het recht op een helpdesk in Kenia, prima bijscholing voor
de leraren en als er een pc kapot gaat, wordt die gratis vervangen. Deze
extra kosten voor dat all-in abonnement zijn betaald door een anonieme
stichting. En de kosten voor de installatie van het internet werden
grotendeels betaald door het bedrijf Centennium in Den Haag.
Wat betreft de
computerlessen: Tijdens de praktijkuren was ik er voor vragen van de
30-45 tieners die aan de knoppen zaten. Ze hadden wel twee heel capabele
leraren, Keniaans natuurlijk, met veel theoretische kennis. Ook tussen
4.00 en 6.00 uur was ik steeds in het computerlokaal aanwezig. Dan
mochten de leerlingen vrij oefenen en het lokaal zat altijd stampvol. Dat
ontlastte de twee leraren Rose en Edgar, maar die hebben heel wat tijd
geïnvesteerd om b.v. Odilia, de principal, te helpen (wekenlang ‘morgens
tussen 7.00 en 8.00 uur!) en ook een paar collega’s. Ik heb ze echt wat
kunnen ontlasten in die tijd, want ze geven ook nog andere vakken en
hadden stapels correctie. De leerlingen waren maar wat blij dat het lokaal
open was en dat ze hun gang konden gaan en vragen stellen.
Ook diverse volwassenen
heb ik les gegeven, variërend van het absolute beginnerniveau tot en met
e-mailen : Een paar leraren, de zusters, een paar teachers van een school
uit de buurt, bestuurslid Matthias , Sr Ancilla, een paar andere zusters.
Sommigen kregen een spoedcursus van twee dagen omdat ze naar Nairobi
moesten voor een studie enz. Anderen kregen een reeks lessen, zoals een
paar missionarissen, paters, die hun e-mailen wilden verbeteren. Ik krijg
nu nog mailtjes van mensen die “ mij gemist hebben”.
Er zijn bijzonder weinig
studieboeken in Kenia. Men heeft er gewoon het geld niet voor. Het heeft
wat voeten in de aarde gehad voordat het boekje: “How to work with
Windows, Word, Excel, PowerPoint, E-mail, and Internet” klaar was. Het
moest een heel praktische gids worden met alle stappen van de
basishandelingen, duidelijk, in kort bestek en zo dun mogelijk vanwege de
kosten. Ik heb het min of meer uit mijn hoofd zitten vertalen in het
Engels, alles wat we op het ROC aan lessen gaven en nog meer. Het is
totaal 25 pagina’s geworden. En het werd gebruikt ! Iedereen liep ermee,
werkte eruit en ik heb het idee dat het ook goed werkte. De jonge
leerlingen moesten aan het zelfstandig werken wel wennen, vooral om stap
voor stap er door heen te gaan. De eerste lessen moesten we voordoen en
het ging soms langzaam. Maar het vorderde.
Dank aan collega’s van het ROC die het boek “Internet” opstuurden en de
mensen die in antwoord op mijn vragen schreven: “Ik maak zoveel over voor
de kosten van het kopiëren en binden van het boekje.” Dat was echt
fantastisch. Want het boekje kopiëren was voor Afrikaanse normen duur.
2. Het
volgen van de geldstroom uit Nederland en hoe staat het met het beleid
van de school.
De tweede reden van mijn
bezoek was om er te praten en te kijken. Ik wilde de geldstroom
volgen van giro 96 98 126 van de Stichting Help Kakamega
naar St-Joeph’s High School en wat ermee gedaan werd. Ik heb
lijsten met namen gezien van leerlingen die geen schoolgeld kunnen betalen
en hen ook gezien en sommige verhalen gehoord.
- Voor het schooljaar 2003: voor 10 kinderen
schoolgeld. € 3.300,-
- Voor het schooljaar
2004: voor 20 kinderen.schoolgeld. € 5.400,-
- Voor het schooljaar
2005: voor 30 kinderen schoolgeld. € 10.500,-
De
gelden voor het computerlokaal in 2005 , groot € 6.000,- niet
meegerekend.
Maar de zusters en het
schoolbestuur hebben vooral uitgelegd wat hun voornaamste “drive” is om
deze school te stichten. St Joseph’s is een “privé school ”, en dan
bedoelen ze geen luxe school, maar een school die zelf zijn intake kan
regelen. Dat kan een school die door de regering betaald wordt, namelijk
niet. Deze school wil nadrukkelijk ook een kans geven aan de armste
leerlingen hun schoolgeld niet kunnen betalen. De meeste zijn wezen.
En met name in de eerste en tweede klassen zitten er heel wat van die
kinderen. Het is voor de leiding echt knokken om te overleven met al die
flinke eters op het internaat. Financieel is het voor hun steeds
koorddansen. Deze schoolleiding heeft namelijk geen achterban om op terug
te vallen. Ook de leiding van de zusters niet. Ze moeten dus alle zeilen
bijzetten om rond te komen. Een “injectie”van buiten is wel heel erg
welkom. Samengevat: ik vind het concept een mooie en nuttige
doelstelling. Vanaf 2003 heeft de Stichting Help Kakamega respectievelijk
voor 10, 20 en 30 leerlingen schoolgeld kunnen overmaken. Daar hebben ze
in Kakamega een hoop mee kunnen doen.
Vooral op het einde van
het schooljaar werd de nood ieder jaar hoog. Ik zag dat in 2003, las
erover in brieven in 2004 en nu eind 2005 zag ik de strijd weer. De
laatste storting van € 4000,- was een zegen uit de hemel: de leraren
konden gewoon betaald worden en hoefden niet maar huis met een
“voorschot”van 70%. Juist in de examentijd en de proefwerkweken
( correctie van werk van
40 leerlingen per klas!) werkt zo’n voorschot niet echt stimulerend. De
salarissen zijn al niet hoog. Bovendien blijven alle leraren: niemand
heeft opgezegd. Zo blijft de rust en de continuïteit in het onderwijs. Dat
was tussen 2000 en 2004 wel anders.
Ik heb ook
gezien hoeveel creativiteit er gebruikt wordt om inkomsten voor de school
te genereren: eigen groenten en mais, melk, eieren, en de laatste aanwinst :
het experiment met eigen zonnebloemolie. De leerlingen werken er vaak
heel gemotiveerd aan mee. Ik ben zeer onder de indruk van hun werk.
Nu met de aanwezigheid van de computers krijgt de school zeker ook
kinderen uit de middenstand van Kakamega erbij en die kunnen goed betalen.
Zo proberen zij hun onkosten te dekken. Bovendien zal er komend jaar over
gedacht worden om met het computerlokaal nog wat te geld te verdienen.
Vorig jaar is er een
ambitieus 5-jarenplan opgesteld om de school geleidelijk maar goed
op poten te krijgen. Daaronder valt het achterstallig onderhoud ,de
aanpassing en de bouw van bv een nieuwe dining room en twee toilet- en
doucheblokken. De wc’s, gaten in de grond , zijn bijna vol en de
wasgelegenheid bestaat uit twee kranen op het grasveld waar 160 jongens en
meisjes water kunnen tappen in een kom en een paar hokjes waar iemand zich
even kan wassen in een teiltje. Douches zijn er niet. Wij zullen als
stichting moeite doen om oa daarvoor financiële hulp te krijgen van een
fonds.
3. Dingen die
opvielen
Alle leraren waren
Keniaans, maar ook alle agenten, verpleegsters, dokters; en zo hoort
het.
Er wordt geweldig hard en lang gewerkt op de school,
zowel door de leerlingen als door de leraren. Ik heb er uitgebreid over
geschreven: om 6 uur ‘s morgens zitten ze al te studeren en te pennen en
om half tien gaan ze slapen. Ik vond het wel opvallend dat er weinig aan
sport werd gedaan.
Behalve wat gymnastiek
werd er niet aan teamsporten gedaan. Na een anonieme gift uit Nederland
kon ik zorgen voor de aanschaf van wat sportartikelen: allerlei
ballen en spellen en badmintonrackets lieten de kinderen sporten en
stralen! Wat hebben ze gedanst toen de doos met spullen openging! Wat een
verbetering van hun dagelijkse studieritme. Er is nog wat meer nodig. Ik
hoop dat een school of club er een klein project van maakt.
Hetzelfde geldt voor art
lessen, expressie: tekenen en schilderen. Ik vroeg wie er
een tekening wilde maken. Er waren een paar jongens die fantastische
tekeningen maakten op de computer en die wilden het ook wel op papier. Op
hun advies kocht ik wat krijt en waterverf. Een schetsboek had ik al in
mijn koffer. Ze maakten een paar leuke tekeningen, en dat zonder lessen te
hebben gehad. Eigenlijk zouden alle klassen wat expressielessen moeten
krijgen. Typisch dat geen enkel meisje zich meldde. Dat is echt heel
vreemd. Ik hoop dat er ook in de toekomst aandacht voor deze vorm van
expressie zal komen. Het is alweer een kwestie van geld: geld voor
materialen, terwijl er gereserveerd moet worden voor de primaire
schoolbehoeften: eten, salarissen van de leraren, boeken, gebouwen, etc.
Opmerkelijk vond ik ook
dat leerlingen diverse taken kregen: schoonmaak, tuinonderhoud,
zorg voor de dieren, de groenten, de zonnebloemen, etc.
4. De toekomst van de
jongeren en met name van de wezen.
Na vier jaar high school
doen de tieners examen. In februari krijgen ze daarvan de uitslag. De
besten slagen misschien met een A, A-, een B+ , B, of B- , C+, of een C en
kunnen daarmee naar een HBO ( college) of zelfs naar de universiteit.
Anderen kunnen naar een
technische of administratieve opleiding en sommigen naar een winkel of op
een kantoor, maar de allerarmsten kunnen een vervolgopleiding niet
betalen; misschien kunnen zij een beurs krijgen. De meeste studies leiden
op dit moment op voor arts of verpleegster en leraar. Dan is er nog wat
opleiding voor de bouw en motoren etc., maar veel te weinig. Het is
trouwens bijzonder moeilijk in Nederland om schoolgeld te krijgen van
fondsen, maar voor individuen is het praktisch onmogelijk. Wie ons aan een
idee kan helpen, graag!
De meeste leerlingen
zullen thuis in een ‘small business“, in een klein bedrijfje terecht
komen. De mogelijkheden zijn groeiende. Met name de voorzitter van het
schoolbestuur, Rowland Amulyoto, heeft als werk mensen te stimuleren om
een small business, een micro bedrijfje, te starten. Hij onderzoekt samen
met hen de mogelijkheden om ergens geld mee te verdienen en onderwijst hen
de nodige kennis en vaardigheden. Om te kunnen starten zijn gelden
beschikbaar: kleine giften om een naaimachine of enig gereedschap of bv
een mobieltje aan te schaffen om zo werk en een bestaan te vinden en een
vorm van onafhankelijkheid. Er zijn mooie voorbeelden van te geven hoe
goed dat kan werken: Kleine projectjes op dorpsniveau. Maxima heeft vorig
jaar de slums van Nairobi bezocht om er voorbeelden van te zien. De
Nederlandse minister Van Aardenne subsidieert daar ook voor. Rowland reist
het hele land door om veldwerkers te trainen hoe ze de mensen moeten
stimuleren. Hij heeft een goede visie op het werk en de mogelijkheden om
de mensen in de dorpen tot ontwikkeling te brengen, om de ontwikkeling
vanuit de mensen zelf te laten starten.
Deze mogelijkheden zouden ook moeten worden benut voor de jongeren in
Kakamega die van school komen.
Wat voor werk / handel
zouden ze allemaal kunnen gaan doen?:
De zusters, het
schoolbestuur, de fathers; ik heb er met verschillende mensen over
gepraat. Zij denken aan:
* De verkoop van
groenten van eigen tuin, ook van nieuwe producten, zeker bij het stadje
Kakamega waar veel ambtenaren en teachers wonen zonder een grote tuin, die
wel en meer gevarieerd willen eten. Maar ook is er vraag naar producten
die rijp moeten zijn buiten het hoogseizoen. Dan moeten ze met
extra mest en water aan de gang in hun tuin.
* Het kweken en verkopen van het snelgroeiende mepir-gras dat dagelijks
gesneden wordt voor de koeien. Die vinden dat lekkker en het is voedzaam.
De stengels met slanke bladeren worden wel anderhalve meter hoog.
* Het bakken van brood,
* Het repareren van fietsen en boda boda’s, de vele fiets taxi’s,
* Het bakken van stenen van leem, een zeer arbeidsintensief gebeuren,* Het
naaien van kleren en kostuums,
* Het houden van kippen en het verkopen van eieren, maar dan in een wat
meer geregelde aanvoer dan slechts 3 of 4 per dag.
* Het koken en bakken van “hapjes” langs de weg, of het schenken van thee,
* Het bakken en verkopen van vis langs de weg of op de markt.
* Het knippen van haar,
* Het kopiëren van papieren,
* Het werken in een internetcafé,vooral voor
degenen die goed zijn op de pc.
* Het nemen van foto’s op kleine schaal ( regelmatig hebben mensen een
foto nodig of ze willen gewoon een foto van zichzelf of hun gezin.
* Ik denk ook dat allerlei “craft ”, handwerk, geproduceerd kan worden
voor het toerisme dat zeker zal groeien. Als de wegen wat verbeterd worden
zal het toerisme toenemen. De wildparken worden onderhouden en aan hotels
etc wordt gewerkt. Als er meer toeristen komen, zullen ze mooi gevormde
gebruiksvoorwerpen en kunst kopen. Ze zullen daarbij ook moeten inspringen
in de trends van het jaar en de mode kleuren etc. Er ligt nog een hele
markt open.
* Het maken van muziek bij een feest of een happening. Doen Kenianen dat
dan niet? Ja, je kunt wat drummers vragen bij een happening, maar het kan
veel intensiever en professioneler. Dan moeten ze ook leren plannen en
organiseren, onderhandelen met klanten, naar hun wensen luisteren en er
creatief op inspringen. Dan wordt muziek een echte small business.
En je moet toch enige jaren voortgezet onderwijs hebben gehad om zulke
dingen goed georganiseerd te krijgen en de boekhouding bij
te houden. Zeker als meerdere mensen aan een activiteit werken.
Er is op het platte land nog heel wat te ontwikkelen. Rowland trekt met
zijn team de dorpen langs om de mensen actief te maken en iets te laten
doen aan hun eigen situatie. Hij is zelf heel creatief daarin, ziet overal
kansen en openingen of zoekt er naar. En om zo’n small business op te
starten is vaak een duwtje nodig van 100-200 euro’s. Die kunnen ze dan
krijgen / lenen via de veldwerkers. Zo’n bijdrage wordt besteed aan
gereedschap of een naaimachine en maakt dat mensen kunnen starten. Ze
krijgen ook lessen en begeleiding. Voor deze zaken is geld beschikbaar.
De conclusie van alle
gesprekken is : deze dingen zouden mogelijk moeten worden voor de
schoolverlaters van St.-Joseph’s en al helemaal voor de schoolverlaters
zonder achterban.
Toen ik met Rowland
rondreed, passeerden we ook met regelmaat mensen met een handeltje of
werk: een bezembinder, een dressmaker ( een meisje zonder ouders dat zat
te naaien aan haar eigen naaimachine voor haar huisje van misschien 3 m2.
Maar ze was wèl financieel onafhankelijk! ) En we kochten prima uien en
een goede kwaliteit papaya’s langs de weg bij mensen die hij geholpen had
met ideeën.
-
De dank was heel groot !!
Ik
wil er kort over zijn maar wel duidelijk: de dank van individuele
kinderen, van de zusters, de schoolleiding, de leraren en alle leerlingen
is heel erg groot. Ze hebben hun dank geuit in zang en dans en speeches
toen ik kwam. Maar ook in een toegestoken hand , een praatje, een
blik…Iemand die per se mijn tas wilde dragen. Allerlei kleine dingen.De
dank gold voor mij persoonlijk,( ik werd ontvangen als de koningin van
Sheba!) maar ook steeds werden de Nederlandse vrienden genoemd en bij
deze dank ik dus al die vrienden van Kakamega.
Voordat ik vertrok werd er weer gedanst en gezongen en gespeecht en
kreeg ik van alles: Een mooie katoenen lap om mijn ene schouder, zoals
veel vrouwen hem dragen, en een blouse met broek in Maasai -kleuren , die
waren voor mij bestemd, maar ik kreeg ook een zak vol cadeautjes voor alle
vrienden.
Hoe ging dat: als iemand in Kenia op bezoek gaat, komt zij nooit met lege
handen. En zij vertrekt ook niet met lege handen. Bij het afscheid krijgt
een bijzondere bezoeker een levende kip mee.
36 Jaar geleden kreeg ik ook een kip cadeau, maar inmiddels weten ze heel
goed dat die niet in en Boeing 737 mag. De schoolleiding vroeg mij om in
mijn bagage een plekje voor een “symbolische kip” van twee kilo
open te houden. Die “kip” kreeg ik in Nairobi: een tasje vol kleine
cadeautjes voor allerlei goede gevers!
6.Aan alle lezers van mijn brieven: bedankt voor de lieve reacties!
Aan
veel geïnteresseerden heb ik vanuit Kenia mijn 14 brieven geë-maild. Veel
reacties heb ik daarop ontvangen, zowel in Kenia als thuis. Door de vele
stroomstoringen en storingen in de verbinding was het vaak niet mogelijk
om ter plekke die mailtjes te beantwoorden. Allemaal veel dank voor al die
lieve en soms ontroerende reacties. Het is duidelijk: de brieven werden
vaak gelezen en dat geeft een goed gevoel. Ik hoop dat iedereen een plekje
in het hart heeft voor die jongeren daar op school die bezig zijn iets
van hun leven te maken, ondanks alle klappen.
Help kakamega gaf in 2003 en 2004 en 2005 100 %
van alle sponsorgelden aan de tieners.. Een resultaat waar we trots op
zijn en ook in 2005 zullen we de onkosten zo laag mogelijk houden. Dat
beloven we de kinderen en onze goede gevers.
Henny Knijff
Foto’s :

Aankomst Henny op de school in Kakamega |

lintje doorknippen van het computerlokaal |

klik! |
|---|
 |

op een rij voor het examen |
 |
 |
 |
 |
|---|

de kok staat voor hete vuren |
 |

Alles wordt op het hoofd gedragen |
|---|

De "belboy" |

Zaterdag:kleren wassen |

Drogen: geen probleem |
|---|

De toiletten |

Getracteerd op 3 oktober:
thee met droog brood voor 270 leerlingen. Groot feest! |

40 leerlingen aan de knoppen van 20 computers |
|---|

Dit is geen moskee,maar de ingang v h computer
lokaal! |
 |

Ze waren GEK op Paint ! |
|---|
 |
 |

Het eerste printje in de les |
|---|

De eerste email verstuurd |
 |
 |
|---|
 |

voor ieder een praktisch computer boekje |

De weg na de regen |
|---|

logo op het uniform |
 |

cabaret |
|---|

touwje springen |

voetbal tussen de koeien |
 |
|---|
 |
 |

Rose en Edgar , computerteachers |
|---|

Afscheids party |

Toneel over aids.... |

Zang en dans |
|---|

Muziek met dank aan alle vrienden van Kakamega! |

Iedereen deed mee |
 |
|---|
|
|
|
|
|---|
Domein geschonken door
E-BOYS
naar boven
|